Geheimzinnige grondstoffenhuizen bankieren graag in Nederland

Saskia Jonker en Joris Kooiman
zaterdag 28 maart 2015, 6:00
Update: gisteren, 14:09

De drie Nederlandse grootbanken zijn belangrijke spelers in het financieren van wereldwijde grondstoffenhandel, die volgens toezichthouder DNB ‘kwetsbaar is voor belangenverstrengeling en omkoping’. Gunvor, het omstreden Russische oliehandelshuis dat volgens het Amerikaanse ministerie van financiën directe financiële banden heeft met Vladimir Poetin, is bijvoorbeeld een voorname klant van zowel ABN Amro, Rabobank als ING.

De financiering van grondstoffenhandel en -transport is een bloeiende business voor Nederlandse kredietverstrekkers. Samen met Franse banken als BNP Paribas en Société Générale profiteren ze van de razendsnelle expansie van de wereldwijde handelspartijen die overwegend zijn gevestigd in Zwitserland. Denk aan Trafigura, maar ook aan de van oorsprong Nederlandse oliehandelaar Vitol.

ABN Amro bijvoorbeeld zag de uitstaande financiering door zijn zogeheten ‘Energy, Transport & Commodities’-divisie (ECT) toenemen van een kleine €37 mrd in 2012 tot ruim €56 mrd vorig jaar, zo blijkt uit het jaarverslag. Daarin spreekt de staatsbank zelfs van een leidende positie voor ECT, één van de weinige afdelingen van ABN Amro die nog mondiale ambities heeft. Volgens een marktkenner hebben ook ING en Rabobank van oudsher een sterke positie in de grondstoffenmarkt, waarbij de laatste vooral groot is in landbouwproducten.

Dat levert veel geld op, maar is zeker niet zonder risico’s. Weliswaar zijn de directe kredietrisico’s veelal klein – de financiering van een olietransport behelst in de regel niet veel meer dan een kortstondige garantstelling voor kwaliteit, levering en betaling middels een zogeheten ‘letter of credit’ – de partijen met wie de banken zaken doen zijn vaak omstreden. Bovendien komen veel grondstoffen uit landen met dubieuze regimes, zoals Equatoriaal Guinee, Iran en Angola. Dat betekent mogelijke blootstelling aan corruptie en zelfs overtreding van internationale sancties.

De toezichthouder waarschuwde Nederlandse banken in december nog voor deze ‘inherent hoge integriteitsrisico’s’. In een brief sprak de Nederlandsche Bank (DNB) van ‘handel die zich afspeelt in veelal hoogrisicolanden’ met ‘weinig transparante internationale handelshuizen’. Het onderzoek dat de bank doet naar zijn zakenpartners is daarbij vaak niet op orde. DNB: ‘Banken doen onvoldoende aan structurele analyses van de integriteitsrisico’s voor de commodity trade finance business, inclusief corruptie door omkoping en/of belangenverstrengeling.’ Uit DNB-onderzoek blijkt dat banken vaak volstaan met een ‘ons-kent-ons-due diligence’.

De gevolgen van een corrupte zakenpartner of een schending van een sanctieregime kunnen groot zijn voor een bank. In 2012 kwam ING nog een schikking overeen van $619 mln met de Amerikaanse autoriteiten vanwege overtreding van sancties tegen Cuba en Iran. Onderdeel van de aanklacht was dat het kantoor van ING in Havana grondstoffenfinanciering deed voor ‘Cubaanse ministeries en hun internationale klanten’, zo blijkt uit het schikkingsdocument. Om grofweg dezelfde redenen trof BNP Paribas vorig jaar nog een schikking van bijna $9 mrd met de Amerikaanse overheid. De bank is zelfs begonnen zijn grondstoffentak te verkleinen. Naar verluidt is afgelopen zomer bovendien een door Europese banken gesteunde deal van $2mrd tussen Rosneft en Vitol op het laatste moment afgeketst vanwege sancties tegen het Russische energiebedrijf.

‘De financiering van grondstoffenhandel levert veel op, maar is ook gevaarlijk’, zegt Marc Guénia van de Berne Declaration, een Zwitserse partij die onderzoek doet naar grondstoffenhandelshuizen. ‘Er zijn genoeg voorbeelden van “smerige” transacties’. Zo moest het in Rotterdam opgerichte Vitol in 2007 een boete van $17,5 mln betalen voor medeplichtigheid aan fraude rond het olie-voor-voedselprogramma in Irak, dat tussen 1997 en 2003 liep. Vitol bekende voor $13 mln steekpenningen te hebben betaald aan het regime van Saddam Hussein om zo oliecontracten binnen te kunnen slepen.

Opmars Gunvor

Op de Amsterdamse Zuidas, aan de Barbara Strozzilaan om precies te zijn, staat een van de grootste grondstoffenhandelaren ter wereld geregistreerd: Gunvor. Het bedrijf, dat in 2000 werd opgericht door de Russische oligarch Gennedi Timtsjenko en de Zweed Torbjorn Tornqvist en dat ook in Genève zit, had in 2013 een omzet van ruim $90 mrd en een brutowinst van $719 mln. Het verhandelt evenveel olie in een jaar als de Franse olieconsumptie bedraagt. De eerste paar jaar van zijn bestaan was Gunvor een marginale speler met een klein marktaandeel. Dat veranderde toen Yukos uiteenviel. Dat oliebedrijf was in handen van Michael Chodorkovski, vijand van de Russische premier Poetin, die eind 2003 werd gearresteerd op verdenking van belastingontduiking. De olieactiviteiten van Yukos gingen daarop naar staatsoliemaatschappij Rosneft. Naar verluidt won Gunvor vervolgens het exclusieve recht om de olie van Rosneft te verhandelen. Tussen 2005 en 2007 groeide de omzet van het bedrijf van Timtsjenko van $5 mrd naar $43 mrd, een prestatie die volgens velen niet zonder de juiste politieke connecties kan worden bereikt. De verhalen dat Poetin achter Gunvor zit en sinds de jaren negentig goede banden heeft met Timtsjenko doen al jaren de ronde, maar worden steevast ontkend door de oliehandelaar. Toch zetten de VS Timtsjenko vorig jaar maart op de sanctielijst. ‘Timtsjenko’s activiteiten in de energiesector hebben een directe link met Poetin. Poetin heeft investeringen in Gunvor en heeft mogelijk toegang tot fondsen van Gunvor’, aldus de Amerikaanse verklaring. Ongeveer gelijktijdig verkocht Timtsjenko zijn 44%-belang in Gunvor aan Tornqvist, voor een onbekende prijs. Die heeft nu 87% van de aandelen, de rest is in handen van het personeel. Tornqvist liet vorig jaar aan de Britse zakenkrant FT weten dat sommige banken geen zaken meer doen met Gunvor maar andere juist wel. Volgens de Zweed heeft Gunvor relaties met 76 banken. ABN, ING en Rabo, het Franse Natixis en Société Générale zijn daar de belangrijkste van.

Gevaarlijk of niet, de financieringsbehoefte van grondstoffenhandelshuizen groeit snel. Geholpen door de grondstoffenboom in het afgelopen decennium hebben de vijf dominante spelers – Vitol, Glencore, Trafigura, Gunvor en Mercuria – hun omzetten razendsnel zien stijgen. Vitol heeft zijn omzet in tien jaar vervijfvoudigd tot $270 mrd in 2014. Behalve met handel houden Zwitserse grondstoffenhuizen zich bovendien steeds meer bezig met raffinage en olieopslag.

‘Ze voorzien in een basisbehoefte’, zegt een grondstoffenbankier van een Nederlandse grootbank. ‘De wereld heeft brandstof nodig. Zij leveren die en wij doen de financiering als we het vertrouwen. Meer is het niet.’

Geplaatst in Nieuws | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Omstreden bedrijf Gunvor betrokken bij Nederlandse oliereserves

Door Joep Dohmen op maandag 30 maart 2015

De strategische olievoorraad van Nederland lijkt mede afhankelijk van een bedrijf dat nauwe banden zou onderhouden met president Poetin. Het oliehandelsconcern Gunvor is sinds mei 2014 een zogeheten ”gekwalificeerd leverancier” voor het op peil houden van die strategische oliereserve. Gunvor is een van de grootste grondstoffenhandelaren ter wereld, met vestigingen in onder meer Amsterdam en Genève.

Gunvor wordt al jaren in verband gebracht met corruptie en een mogelijk geheim aandelenbelang van Poetin, signaleert ook De Nederlandsche Bank (DNB). Die heeft hierover vorige maand een vertrouwelijke brief geschreven aan bestuursvoorzitter Gerrit Zalm van staatsbank ABN Amro, meldde Het Financieele Dagblad zaterdag. Zakendoen met Gunvor kan corruptierisico’s met zich meebrengen.

Gunvor-oprichter Gennadi Timtsjenko werd in maart 2014 door de Verenigde Staten op de zwarte lijst geplaatst, in reactie op de Russische annexatie van de Krim. Het Amerikaanse ministerie van Financiën verklaarde dat ”Timtsjenko’s activiteiten in de energiesector direct gelinkt zijn aan Poetin”. Het constateerde dat de Russische president ”investeringen in Gunvor heeft en mogelijk toegang tot Gunvors gelden.” Gunvor staat zelf niet op de sanctielijst. Het ontkent de aantijgingen en zegt dat het nooit enige band met Poetin heeft onderhouden.

Minimale olievoorraad aanhouden

De beschuldiging van de Amerikanen bleek vorig jaar voor de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten (COVA) geen beletsel om Gunvor de status van gekwalificeerd leverancier te verlenen. Het concern is één van de 22 bedrijven waarmee op 2 mei 2014 een overeenkomst is gesloten om voor Nederland de beschikking over olieproducten te waarborgen, zo blijkt uit de databank van Europese aanbestedingen. COVA is, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, verantwoordelijk voor het bewaken van de strategische olievoorraad. Sinds de oliecrisis in 1973 is Nederland verplicht om een minimale voorraad aan te houden die gelijk staat aan 90 dagen import in het voorgaande kalenderjaar. Daarbij schakelt COVA geselecteerde leveranciers in. Of gebruik wordt gemaakt van Gunvor wil COVA-directeur Bart van Holk niet zeggen.

”Wij doen geen uitspraak over specifieke bedrijven.”

Volgens DNB pakt ABN Amro corruptierisico’s onvoldoende aan. In de brief noemt DNB de relatie van ABN Amro met Gunvor. Zo was de boodschap van de Amerikanen dat Poetin belangen heeft in Gunvor voor de staatsbank geen reden om contact op te nemen met de Amerikaanse autoriteiten. Volgens DNB negeert ABN Amro ”de signalen over corruptie die al jaren rond deze klant [Gunvor] hangen”.

Lees hier meer over Gunvor.

Geplaatst in Nieuws | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

‘ABN Amro schiet tekort bij corruptie-risico Rusland, mogelijke banden Poetin’

Gepubliceerd: 28 maart 2015 10:14 | Laatste update: 28 maart 2015 10:27

Toezichthouder De Nederlandsche Bank blijkt forse kritiek te hebben op de manier waarop ABN Amro corruptie-risico’s in Rusland aanpakt. Met name de banden met een oliebedrijf dat mogelijk gelieerd is aan president Poetin zijn DNB een doorn in het oog. Dat schrijft het Financieele Dagblad zaterdagochtend, op basis van een brief van toezichthouder DNB die in handen is van de krant. De kwestie is extra pikant, omdat minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem vrijdag onverwachts aangaf de beursgang van ABN Amro uit te stellen. In zijn brief aan de Tweede Kamer stelde Dijsselbloem dat de directe aanleiding werd gevormd door kamervragen over een omstreden loonsverhoging voor de top van ABN Amro.
De Russiche president Vladimir Poetin. Foto EPA

Toezichthouder De Nederlandsche Bank blijkt forse kritiek te hebben op de manier waarop ABN Amro corruptie-risico’s in Rusland aanpakt. Met name de banden met een oliebedrijf dat mogelijk gelieerd is aan president Poetin zijn DNB een doorn in het oog.

Dat schrijft het Financieele Dagblad zaterdagochtend, op basis van een brief van toezichthouder DNB van afgelopen maand die in handen is van de krant.

De kwestie is extra pikant, omdat minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem vrijdag onverwachts aangaf de beursgang van ABN Amro uit te stellen. In zijn brief aan de Tweede Kamer stelde Dijsselbloem dat de directe aanleiding werd gevormd door kamervragen over een omstreden loonsverhoging voor de top van ABN Amro.

Dat de top van ABN Amro hiertoe gerechtigd is, is echter al sinds 2012 bekend en stamt uit een overeenkomst tussen het kabinet Rutte 1 en de staatsbank. Lees ook het artikel: Uitstel beursgang ABN Amro politiek spelletje.

Banden ABN Amro met Russisch oliebedrijf Gunvor

De kwestie rond falend corruptie-management in Rusland lijkt op het eerste gezicht een ander licht te werpen op een eventueel uitstel van de beursgang van de bank die in 2008 door de staat werd gered. Opvallend is echter dat de woordvoerder van het ministerie van Financiën tegenover het FD aangeeft dat het departement geen weet heeft van de kritiek van toezichthouder DNB op de vermeende lakse houding van ABN Amro in Rusland.

De kwestie draait, zo citeert het FD de toezichthouder, om ‘tekortkomingen’ in het ‘bank-brede’ beleid tegen ‘corruptierisico’s’. Kernprobleem is volgens DNB dat bankiers die betrokken zijn bij zakelijke deals zich onvoldoende rekenschap geven van corruptierisico’s.

In het bijzonder noemt DNB het dossier rond de Russische oliehandelaar Gunvor, een klant van ABN Amro. In maart 2014 stelde het Amerikaanse ministerie van Financiën dat president Vladimir Poetin ‘toegang’ heeft tot dit oliebedrijf, en dat ligt zeer gevoelig met het oog op het conflict in Oekraïne en Amerikaanse en Europese sancties die tegen Rusland zijn uitgevaardigd.

Geen contact ABN Amro met Amerikanen

Volgens DNB heeft ABN Amro na de bekendmaking van de Amerikanen verzuimd contact op te nemen met het Amerikaanse ministerie van Financiën. Op 20 maart 2014 werd grootaandeelhouder Gennadi Timtsjenko van Gunvor op de Amerikaanse sanctielijst geplaatst. Kort daarna verkocht deze zijn belang van 44 procent aan de Zweedse mede-oprichter van Gunvor, Torbjorn Tornquist.

Timtsjenko staat bekend als een goede bekende van president Poetin. Volgens DNB negeert ABN Amro signalen van corruptie die al jaren rond Gunvor hangen. Of er inmiddels contact met de Amerikanen is gelegd over Gunvor, willen DNB en ABN Amro niet zeggen, aldus het FD.

Ook ING en Rabobank doen zaken met Gunvor

ABN Amro reageerde zaterdagochtend met een persverklaring. Volgens de bank heeft zij met een grote groep internationale banken, waaronder ook Rabobank en ING, Gunvor als klant. Uit het eigen compliance-onderzoek is volgens ABN Amro niet gebleken dat Gunvor zich niet houdt aan internationale standaarden inzake witwaspraktijken, economische sancties, terrorisme-financiering, omkoping en corruptie.

De bank wijst er verder op dat Gunvor zelf niet op de sanctielijst van de Amerikanen is geplaatst, in tegenstelling tot voormalig grootaandeelhouder Timtsjenko. Wel houdt de bank een slag om de arm. “Voor al onze klanten geldt dat we een relatie niet zullen afbreken op basis van onbewezen berichten. Indien echter wordt aangetoond dat Gunvor een relatie is met onaanvaardbare antecedenten dan zal ABN Amro de relatie beëindigen met inachtneming van de vereiste juridische procedures.”

Geplaatst in Nieuws | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Directeur FC Barcelona wast geld wit van maffiabaas Semion Mogilevich via Banco de Madrid

 

16 maart 2015

Dat zeggen wij niet, dat zegt Jennifer Calvery, directeur van de anti-witwasorganisatie FinCEN. Die valt onder het Amerikaanse Ministerie van Financiën en heeft sinds een paar maanden het Spaanse bankwezen in het vizier. Vandaag sloot de Banco de Madrid haar deuren, volgens Nu.nl na een ‘bankrun’. Als we iets verder doorzoeken stuiten we echter op een directeur van FC Barcelona, de machtigste clan van Catalonië en de gevaarlijkste crimineel van het moment (volgens de FBI). Lekker, zo’n Europese bankenunie!

Boss of bosses

Op 6 maart van dit jaar stuurt Calvery een briefje naar de Spaanse regering. Kunt u Joan Miquel Pau Prats even achter de tralies zetten wegens het witwassen van gelden van Chinese en Russische gangs en Venezolaanse corrupte ambtenaren? Dat doet hij via een bankkantoor in Madrid en dat vinden we niet zo leuk. Prats is de CEO van een bankje uit Andorra met een dochter in Madrid, Joan Miquel Pau Prats(BDM) die vandaag op last van de Spaanse centrale bank haar deuren sloot.

Het is typisch zo’n berichtje dat erger en groter wordt, naarmate je er langer naar kijkt. Neem de balans en toelichting van de Banca Privada Andorra (BPA), de moeder van BDM.

Daar vallen twee dingetjes op. Als we het in beheer gegeven vermogen (Assets Under Management, AUM) en het gestorte kasgeld optellen komen op €7,5 miljard uit. Nu heeft Andorra 76.000 inwoners (officieel). Dat zou betekenen dat elke Andorrees, man vrouw en kind, enkel en alleen al wegens de bij deze bank gestorte gelden miljonair zou zijn. En dat bedrag neemt per jaar ook nog eens met 30% toe. Niks geen crisis in de Pyreneën. Of zou er meer aan de hand zijn? Calvery denkt van wel.

Dat is een logischer verklaring, het is een witwaskanaal. Maar wie is de genoemde Simeon Mogilevich? Na een leven vol criminaliteit is deze ‘boss of bosses‘ de hoogst genoteerde Russische maffiabaas in de FBI Most Wanted-lijst. ‘Armed and extremely dangerous‘, mocht u hem tegenkomen, gaat u er niet zelf op af maar selecteert u een bonnenschrijver naar keuze en stelt u zich verdekt op. Mogilevich is ooit door Oekraïne aangehouden, maar de van corruptie beschuldigde regering, die een zeer goede relatie onderhoudt met liberalen Guy Verhofstadt en Hans van Baalen liet hem om onbegrijpelijke redenen lopen. Leuke vrienden hebben we in Kiev.

FC Barcelona
Prats is op papier de CEO van het bergenbankje, de broers Noguer bezitten de club. Hun vader richtte de offshore bank (in de bergen) een halve eeuw geleden op en droeg het eigendom begin deze eeuw over aan zijn zonen.

De man links,  Ramon Noguer, is naast commissaris en directeur bij deze witwasbank ook nog eens directeur van voetbalclub FC Barcelona.

Overigens gaat het niet zo lekker met FC Barcelona. De club heeft een financieel gat van enkele tientallen miljoenen. De hoofdsponsor is de emir van Qatar, Thamim bin Hamad al-Thani. Deze man, die onlangs overigens ons eigen Amstel Hotel opkocht, is de grootste buitenlandse sponsor van ISIS. Barça wil zich daar niet mee inlaten maar kan de oliedollars van de emir ook weer niet missen.

Verder is BPA de huisbank van de familie Pujol. De pater familias van dit gefortuneerde Spaanse geslacht, Jordi Puyol, was tot twee jaar geleden de gouverneur van Catalonië. Diens zoon Olueguer Puyol Ferrusola is de leider van de Catalaanse afscheidingsbeweging. Beiden worden verdacht van het geven van smeerpenningen en het ontduiken van belasting via – precies – Andorra. Het is een corruptieschandaal dat Spanje al twee jaar in zijn greep houdt. Pas sinds de Amerikanen zich er tegenaan bemoeien komt er schot in de zaak, bankenunie en meer Europees toezicht of niet.

Geplaatst in Nieuws | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Jihad als instrument van de NAVO!

10 maart 2015

Auteur:  Sheher Khan is voor contact te bereiken op zijn blog: sheherkhan.wordpress.com

Sheher Khan (Amsterdam) is afgestudeerd als politicoloog aan de VU. Sheher is geïnteresseerd in geopolitiek/internationale betrekkingen, in het bijzonder in de bevrijding van de thuislanden van de klauwen van kapitalisme, kolonialisme en imperialisme. Sheher Khan is voor contact te bereiken op zijn blog: sheherkhan.wordpress.com

De oorlog in Syrië heeft tot opmerkelijke allianties geleid.  Zo werkt Israël samen met al-Qaida in Syrië, daar waar Turkije de handen schudt van IS. In deze context is het te vermelden waard dat Syriëgangers aan dezelfde kant staan van deze landen, omdat zij een gemeenschappelijk doel hebben, namelijk: het verdrijven van de Syrische president Bashar al-Assad.

nusra-25

Marc Trevidic, een zeer erkende Franse rechter, vond het daarom moeilijk om de oppositiestrijders in Syrië te zien als vijanden. “Dit zijn onze vrienden”, zei hij in een interview.

De terrorisme-expert Charles Shoebridge stelt dat die relatie toch niet zo onschuldig is. Shoebridge beweert in een interview het volgende over de Britse autoriteiten:

[They] turned a blind eye to the travelling of its own jihadists to Syria, notwithstanding ample video etc evidence of their crimes there. Despite such overseas terrorism having been illegal in the UK since 2006

Syriëgangers konden vrij in en uit Syrië bewegen, omdat zowel Washington als Londen een anti-Assad beleid voeren. Buitenlandse strijders in Syrië kunnen in dit daglicht enigszins worden gezien als soldaten van de NAVO. Hier ga ik verder op in door te stellen dat een NAVO-ontwerp schuilgaat achter de jihadgang naar Syrië.

In dit stuk kijk ik naar de oorsprong van de jihadgang door het in de context te plaatsen van Gladio. Vervolgens analyseer ik de wijze waarop de jihadgang verloopt.

NAVO’s geheime leger: Gladio

Na de Tweede Oorlog werd, onder toeziend oog van Washington en Londen, een geheime militante organisatie door alle NAVO-lidstaten opgezet. Het doel was om het verzet te leiden tegen een mogelijke Sovjet-invasie. Het bestaan van deze groep, bekend als Gladio of het stay-behind-netwerk, werd lang stil gehouden. Na het ontkend te hebben tot 1990, moest toenmalig premier Ruud Lubbers, in navolging van zijn Italiaanse collega Guilio Andreotti, uiteindelijk ook het bestaan van deze clandestiene organisatie erkennen.

Daniele Ganser onderzocht operatie Gladio. Hij kwam tot de volgende verrassende ontdekking: dat het stay-behind-netwerk in het daglicht geplaatst moet worden van een strategy of tension. Dit wil zeggen, dat een reden gezocht (of gecreëerd) moest worden om linkse krachten te ondermijnen wanneer een Sovjet-invasie zou uitblijven. Deze strategie wordt door de Italiaanse Gladio-soldaat, de veroordeelde extreem-rechtse terrorist Vinciguerra, als volgt verwoord:

“You had to attack civilians, the people, women, children, innocent people, unknown people far removed from any political game”.

Hierdoor werd het Italiaanse volk gedwongen het volgende te doen: “To turn to the State to ask for greater security.” De Italiaanse staat spoorde het stay-behind-netwerk aan om aanslagen te plegen, waarbij in totaal 491 burgers gedood werden. De staat kon vervolgens van de vruchten plukken door zich meer rechten toe te eigenen. “This is the political logic that lies behind all the massacres and the bombings which remain unpunished”, aldus de veroordeelde Vinciguerra. Niet verrassend is dat dr. Ganser het stay-behind-netwerk typeerde als NAVO’s geheime leger.

Operatie Gladio laat zien dat NAVO-lidstaten extremiteiten niet schuwen. Het voor een politieke reden vermoorden van burgers behoort tot een kenmerk van deze organisatie. Sterker nog: onder Gladio-soldaten, in Duitsland en Italië, bevonden zich ook nazi’s en fascisten.

De Nederlandse Gladio, beter bekend als Bureau Inlichtingen en Operaties, pleegde geen grote aanslagen, maar maakte zich wel schuldig aan meerdere zware misdrijven. lees hierhier en hier.

BBC-documentaire (1992) over operatie Gladio

Moslims voor communisten

Met het wegvallen van de Sovjet-Unie kwam een einde aan de Koude Oorlog en daarmee ook aan de noodzaak van een stay-behind-netwerk.

Ruud Lubbers beloofde om de Nederlandse Gladio organisatie op te doeken, maar dr. Daniel Ganser denkt dat het project een ander gezicht heeft gekregen:

“The ‘evil Communist’ of the Cold War era has swiftly been replaced with the ‘evil Islamist’ of the war on terrorism era.”

In een interview legt hij uit waarom:

“We can’t just go there and invade them, so we have to have this idea that they’re trying to kill us, then it’s possible, or at least imaginable that a strategy of tension in which the Muslims are playing the role that the communists played in the Cold War, is happening.”

Het gevecht om Eurazië

De Sovjet-Unie splitste op in een reeks nieuwe staten, en daarmee ontstond een nieuwe arena waar om gestreden kon worden.

Voormalige Sovjet-staten, in het bijzonder de Kaukasus en de Centraal-Aziatische ‘stans’, bezitten kostbare grondstoffen. Verder zijn zij een aantrekkelijk doelwit, omdat zij grenzen aan landen zoals Rusland, China en Iran. Daarnaast blijft het energierijke Midden-Oosten, of West-Azië, een belangrijk deel uitmaken van de Euraziatische geopolitiek.

Dat was ook de centrale stelling in de magnus opus van de invloedrijke Zbigniew Brzezinski. In ‘The Grand Chessboard’ (1997) stelde hij dat dominantie van de Euraziatische continent fundamenteel is om de Noord-Amerikaanse hegemonie te continueren:

“Eurasia is thus the chessboard on which the struggle for global primacy continues to be played.”

Gladio B

Sibel Edmonds, die als vertaler heeft gewerkt voor de FBI, ontdekte dat het Witte Huis heimelijk verscheidene lokale troepen steunde in de strijd tegen gemeenschappelijke vijanden zoals de Sovjet-Unie, Rusland en Servië.

Zij ontdekte dat dit een aanpassing was van operatie Gladio, en dat dit door de FBI geclassificeerd werd als Gladio B. Met als verschil dat in plaats van nationale terreurgroepen (het stay-behind-netwerk) worden ingezet tegen gemeenschappelijke vijanden, nu inheemse strijdkrachten worden gebruikt.

De blauwdruk van Gladio B was waar te nemen in de Afghaanse Oorlog (1979-1989). In deze oorlog steunde de Verenigde Staten Afghaanse krijgsheren (beter bekend als de ‘Moedjahedien’), via haar bondgenoten als het Huis van Saoed en de Pakistaanse inlichtingendienst ISI.

De Noord-Amerikaanse steun aan de Moedjahedien is echter geen geheim. Wat er exact onthullend aan de beweringen van klokkenluider Edmonds was, is dat Gladio B een extensie is van operatie Gladio, en dat er daarmee getracht werd om Eurazië – zoals gesteld door Brzezinski hierboven – te domineren.

Daarnaast ontstond uit de Afghaanse Oorlog een ander instrument, waarmee deze oorlog bij volmacht uitgevochten werd, namelijk: de werving van buitenlandse strijders.

Enter Azzam

De Afghaanse Oorlog was het eerste conflict in de moderne geschiedenis, waarbij buitenlandse strijders op grote schaal vanuit de islamitische wereld gerekruteerd werden. Deze vrijwilligersgroep bestond voornamelijk uit Arabieren en Zuid-Aziaten.

De Afghaanse Oorlog (1979-89) ontstond nadat de toenmalige pro-Moskou regering in Kaboel, onder druk van rebellerende groeperingen (waaronder de Moedjahedien) en politieke instabiliteit, assistentie vroeg aan de Sovjet-Unie. Zodoende werd de oorlog geboren.

De Verenigde Staten steunde aanvankelijk, volgens Zbigniew Brzezinski, toenmalig veiligheidsadviseur van president Jimmy Carter, al vóór de start van de Afghaanse Oorlog de Moedjahedien. Brzezinski noemde dit de “Afghan trap” en wilde hiermee de Sovjet-Unie in haar eigen ‘Vietnam’ lokken.

Het was echter geen zekerheid dat de Moedjahedien de oorlog zouden winnen. Ze waren sterk verdeeld en vochten ook onderlinge veldslagen uit. Om deze door het Westen gesteunde gewapende oppositie te versterken, kwamen invloedrijke religieuze extremisten uit de Arabische schiereiland in beeld, waaronder Osama bin Laden en zijn spirituele leider Abdullah Azzam.

Azzam en Bin Laden werden volgens NBC News (1998) uitgekozen, omdat ze beter te lezen waren dan de Afghaanse krijgsheren. Ook speelde hun anti-communistische houding een belangrijke rol bij de selectie. De samenwerking had volgens de The New York Times (1993) een pragmatisch doeleinde:

“While Washington’s mission was to bleed the Soviets by making the war as costly as possible, for the Arabs, the war was a Muslim duty.”

Afghanistangangers

De Afghaanse Oorlog trok vanaf het begin weinig buitenlandse strijders aan. Tussen 1980 en 1984 voegden slechts tientallen buitenlandse strijders zich aan de oorlog. Dat veranderde aanzienlijk vanaf 1984, waar naar schatting 20.000 militanten gerekruteerd werden.

Dit keerpunt is grotendeels te danken aan de jihadi-salafist en grondlegger van de terreurgroep al-Qaida: Abdullah Azzam. Volgens dr. Thomas Hegghammer, één van de voornaamste experts op het gebied van buitenlandse (moslim)strijders, was Azzan ‘the most influential and prolific proponent of Arab involvement in Afghanistan’.

Azzam, in de hoedanigheid als autoritaire prediker, zorgde daarnaast voor de ideologische motor. Hij ontwikkelde een derde variant van het salafisme: jihadi-salafisme. Deze doctrine leverde de inspiratie en morele rechtvaardiging voor de jihadgang naar buitenlandse landen.

Het is voor de Noorse expert op het gebied van buitenlandse strijders, dr. Heghammer, echter: “unclear what made Azzam call for the involvement of foreign fighters.”

Een artikel uit de New York Magazine uit 1995 geeft daar antwoord op. In april 1985 gaf toenmalig president Ronald Reagan toestemming aan de CIA om in samenwerking met de Saoedische inlichtingendienst geld en strijders te verzamelen voor de jihad in Afghanistan. In Pakistan werden deze Afghanistan-gangers opgeleid tot het volgende: “from making car bombs to shooting Russian MIGs with U.S.-made Stinger missiles”. Abdullah Azzam was één van de voornaamste partners van de CIA.

Opvallend was dat Azzam (met toestemming van de CIA) ook strijders kon werven in de Verenigde Staten. Het blad Slate Magazine schrijft dat Azzam wel 50 Noord-Amerikaanse steden had bezocht om mensen te vertellen over zijn zaak, en zijn volgelingen waren in 26 staten actief.

Zbigniew Brzezinski, op de grens tussen Pakistan en Afghanistan (Khyber Pass), in gesprek met de Moedjahedien


De jihadi-connectie

De CIA bestempelde Abdullah Azzam als volgt:

“A prime asset because of his close connections to the Muslim Brotherhood, Saudi intelligence, and the Muslim World League.”

De werving van buitenlandse strijders en de jihadgang werd mogelijk gemaakt door deze “jihadi-connectie”. De jihad in Afghanistan kon gefinancierd worden middels allerlei frontorganisaties zoals de Moslim Wereld Liga. De Deense Institutie van Internationale Studies beschreef hoe dit ongeveer ging:

“By clothing their militant activity with charitable ideals, Arab-Afghan leaders including Usama Bin Laden discovered that they were able to slip below the radar of many global intelligence agencies.”

Daarnaast kon Abdullah Azzam gebruikmaken van het internationale netwerk van de Moslimbroederschap om zijn invloed te vergroten. Ook ontving Azzam geld van de Moslimbroederschap voor zijn jihadactiviteiten. Het gros kwam echter uit het Saoedische koninkrijk.

De Saoedische elite – overheid, moskeeën, bedrijfsleven en ook koninklijke familie, waaronder de huidige koning Salman bin Abdulaziz – financierde de strijd in Afghanistan, waardoor zij een schakel werden in het conflict. Abdullah Azzam was zo in staat om tussen de 5.000 en 20.000 Afghanistan-gangers te rekruteren.

Daarnaast creëerde Azzam de fundamenten voor toekomstige jihadgangen, waaronder die naar Syrië. Volgens de jihadistenexperts van West Point, kwam uit de Afghaanse Oorlog het model voort: “upon which all subsequent efforts to internationalize—and attract foreign volunteers— have been based.”  De jihadnetwerken die toen opgezet waren: “were subsequently employed to generate recruits for conflicts in other parts of the world.”

Deze “jihadi-connectie” komt ook terug in de Nederlandse jihadgang naar Syrië.

Salafistische jihadnetwerken in Nederland

Salafistische moskeeën in Nederland hebben inmiddels een beruchte reputatie opgebouwd in het faciliteren en steunen van de jihadgang. In 2002 werd bekend dat twee bezoekers van de al-Fourkaan-moskee in Eindhoven geronseld werden voor het conflict in Kasjmir. De ronselaars waren actief in de moskee. Later werden 13 personen opgepakt wegens terroristische activiteiten, waarvan een deel regelmatig de al-Fourkaan-moskee bezocht.

In de Amsterdamse el-Tawheed-moskee beïnvloedde Abu Khaled, voormalig lid van de Syrische Moslimbroederschap, Samir A., die in 2003 op weg naar was Tsjetsjenië. Ook de bekendste Nederlandse takfiri jihadi, Mohammed Bouyeri, die Theo van Gogh in 2004 doodstak, was een reguliere bezoeker van de el-Tawheed-moskee. Evenals dit geldt voor de Haagse salafistische prediker Fawaz Jneid. Ook leden van de Hofstadgroep waren in zowel de Amsterdamse als de Haagse salafistische moskee te vinden.

Verder waren ook in de Eindhovense al-Waqf-organisatie geluiden te horen van jihadi-activiteiten. Een NOVA-uitzending concludeerde het volgende: “deelname aan dergelijke bijeenkomsten met een zekere onvermijdelijkheid leidt tot directe betrokkenheid bij de gewelddadige jihad of terrorisme.”

Na alle ophef over de jihadi-activiteiten van de grote salafistische centra en politieke druk, matigden deze hun toon tot 2010. Sinds de opstand in de Arabische wereld is sprake van een sterke heropleving. In een recent rapport van de AIVD (2014) droegen een aantal factoren hieraan bij, waaronder: “[d]e opkomst van Syrië als nieuw strijdtoneel.”

De Nederlandse jihadi-connectie

De “jihadi-connectie” – de Moslimbroederschap, frontorganisaties en Saoedi-Arabië – is ook terug te vinden in het Nederlandse rekruteringsnetwerk.

Ten eerste, de grote salafistische centra worden gesponsord door de Golfstaten, met een hoofdrol voor Saoedi-Arabië. De gevestigde salafistische imams – o.a. Fawaz Jneid en Ahmed Salam – zijn: “op ideologisch en institutioneel vlak sterk aan Saoedi-Arabië verbonden”. Bovendien bevestigde de Saoedische ambassadeur in Den Haag, na een 2004 AIVD-onderzoek, dat: “een vijftal in Nederland actieve imams via de Saoedische ambassade een toelage ontvangt vanuit Saoedi-Arabië.” De AIVD vermoedt dat ook andere predikers, moskeeën en organisaties (indirect) gefinancierd worden door het Huis van Saoed.

Daarnaast hebben ook grote Saoedische liefdadigheidsorganisaties filialen opgezet in Nederland. In Tilburg vestigde de Moslim Wereld Liga Nederland en in Amsterdam al-Haramain. De AIVD heeft geen duidelijk zicht op de financiën van deze liefdadigheidsinstellingen, maar vermoedt dat de Nederlandse takken sterk beïnvloed worden door Saoedi-Arabië.

Tot slot, de Moslimbroederschap heeft ook invloed onder de gevestigde salafistische orde. De grote (salafistische) predikers, Fawaz Jneid (Den Haag), Ahmed Salam (Tilburg) en Mahmoud Shershaby (Amsterdam) waren allen: “in hun geboorteland betrokken bij de Moslimbroederschap.”

Opvallend is dat het Nederlandse comité van salafistische moskeeën aangestuurd wordt door de in Saoedi-Arabië gevestigde Adnan Ibn Muhammed al-Arour. Hij is net als  Fawaz Jneid en Ahmed Salam afkomstig uit Syrië.

Al-Arour was tussen 2011-12 één van de bekendste oppositiepredikers omtrent de oorlog in Syrië. De Syriër staat bekend om zijn haatzaaiende en sektarische tv-optredens, waarin hij mensen oproept om alawieten, geloofsgenoten van de Syrische president, in een gehaktmolen te werpen, en: “let 100.000 die in Aleppo, why not? Big funerals are good for our revolution.”

Jihadpredikers als al-Arour (en de prominente Egyptische imam Yusuf al-Qaradawi) hebben de oorlog in Syrië in sektarische termen weten te framen, en daarmee bijgedragen aan de motivatie van Syriëgangers om naar het conflictgebied af te reizen.

De jihadgang naar Syrië

De jihadgang wordt op verschillende manieren mogelijk gemaakt. Sommige salafistische centra blijven een hub voor de werving van Syriëgangers. Salafistische moskeeën in o.a. Zoetermeer (al-Qibla-moskee) en Delft (Sultan Ahmet-moskee), én netwerken opgebouwd vanuit de As-Soennah-Moskee in Den Haag, zijn geïmpliceerd in het ronselen van Syriëgangers.

De meeste salafistische centra proberen echter vervolging te vermijden door de lijnen langer te maken. Prominente salafistische leiders als Fawaz Jneid en Suhayb Salam wijzen de jihadgang weliswaar af (en hebben hierdoor aan invloed verloren), maar zijn deels verwijtbaar. Tenslotte spelen volgens uit het eerdergenoemde AIVD-rapport (2014):

“aan hen gelieerde dawa-salafistische geestelijken en liefdadigheidsorganisaties uit de Arabische Golfstaten een belangrijke rol bij het inspireren en daadwerkelijk ondersteunen van dawa-salafistische strijdgroepen in Syrië.”

Anders gezegd: de grote salafistische centra wijzen de jihadgang af (wegens angst voor vervolging), maar hun moederorganisaties in Saoedi-Arabië, waar ze ideologisch en institutioneel aan verbonden zijn, steunen Syriëgangers in hun weg naar de slagvelden.

Daarnaast is het een kleine stap om van het politieke salafisme (de stroming die de grote salafistische centra aanhangen) naar het jihadi-salafisme over te stappen. Het verschil ligt niet in de geloofsopvatting, maar in strategie; dat wil zeggen, de wijze wáárop ze hun doel – een islamitische samenleving gebaseerd op salafistische interpretatie – willen bereiken. Het niet-gewelddadige salafisme (oftewel het politieke en staatsgelieerde salafisme) is daarmee, in de woorden van het eerder aangehaalde AIVD-rapport (2014): “weer een kweekvijver voor het jihadisme geworden.”

Dat is een poel waar jihadi-salafistische organisaties en geestelijken ook graag in vissen. Jihadpredikers als o.a. Abou Bashir, prediker in een Zoetermeerse moskee, Abdul-Jabbar van de Ven en Abou Yazeed adviseren jongeren op YouTube filmpjes om “jihad te gaan doen” en voeden het sektarisme (één van de motieven voor de jihadgang naar Syrië).

Sommige van deze salafistische predikers zijn weliswaar niet direct betrokken bij het faciliteren van de jihadgang, of coördineren niet met jihadistische organisaties, maar ze verlenen steun, enthousiasmeren, rechtvaardigen en legitimeren de reis naar Syrië. Daarom zijn ze, volgens de International Centre for the Study of Radicalisation, niet schuldvrij, omdat: “they are clearly serving as cheerleaders for the cause.”

De enige organisaties die direct de jihadgang verzorgen zijn de gedecentraliseerde en moeilijk op te sporen groeperingen zoals Straat Dawah/Behind Bars.

 Voetsoldaten van NAVO

Inmiddels hebben 250 Nederlanders de jihadgang naar Syrië gemaakt. Deze Syriëgangers komen vrijwel allemaal terecht bij al-Qaida gelieerde doodseskaders. De AIVD (2014) heeft geconstateerd dat, sinds de voorjaar van 2013: “de meeste Nederlandse jihadisten in Syrië deel uit [maken] van Jabhat al-Nusra of ISIS.”

Het is een publiek geheim dat deze takfiri doodseskaders – Jabhat an-Nusra en de Islamitische Staat – gesteund worden door o.a. Turkije en Saoedi-Arabië. De vice-president van de Verenigde Staten, Joseph Biden, gaf in gesprek met Harvard studenten, toe dat:

“the Turks (…) the Saudis, the Emiratis [sent] thousands of tons of weapons into anyone who would fight against Assad (…) [including] al-Nusra and al-Qaeda and (…) this outfit called ISIL.”

De Saoediërs, Turken en Qatarezen werden daarbij geholpen door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De CIA en MI6 fungeren in dit netwerk als bruggenbouwers.

Hierboven kwam naar voren dat de Saoedische elite de jihadgang van o.a. Nederlandse jongeren naar Syrië mede mogelijk hebben gemaakt. Dat betekent dat invloedrijke Saoediërs al-Qaida gelieerde doodseskaders steunen en ze ook helpen aan strijders. Dit roept herinneringen op aan de Afghaanse Oorlog. Net als toen zijn Saoediërs nu ook verantwoordelijk – weliswaar met toestemming van Washington – voor de jihadgang.

In het geval van Syrië lijkt ook nu de hand van NAVO zichtbaar. Israëlische inlichtingensite, DEBKAfile, berichtte in augustus 2011 het volgende:

“Also discussed in Brussels [NAVO hoofdkwartier] and Ankara, our sources report, is a campaign to enlist thousands of Muslim volunteers in Middle East countries and the Muslim world to fight alongside the Syrian rebels. The Turkish army would house these volunteers, train them and secure their passage into Syria” (vetgedrukt toegevoegd).”

Kortom, er zijn sterke aanwijzingen dat de NAVO de jihadgang, net als ten tijde van de Afghaanse Oorlog, steunt in een poging om een gemeenschappelijk doel – het verdrijven van de Syrische president Bashar al-Assad – te bereiken. Syriëgangers vervullen in deze oorlog bij volmacht de rol van voetsoldaten.

Dit roept de vraag op waarom Syriëgangers naar het Midden-Oosten zijn afgereisd. In het volgende deel ga ik daar verder op in. Ik zal beargumenteren dat de media, door het verspreiden van propaganda, Syriëgangers hebben misleid van de ware ontwikkelingen die zich in het conflict hebben afgespeeld, terwijl dat bepalend was in de besluitvorming van hun naar het door oorlog geteisterde gebied.

Geplaatst in Blog | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Onderzoek: Litvinenko vermoord met gif uit Rusland

Het radioactieve gif waarmee de Russische Poetin-criticus en overloper Aleksandr Litvinenko in 2006 werd vermoord, kan alleen uit Rusland afkomstig zijn geweest. Dat heeft Norman Dombey, een vooraanstaand natuurkundige, verklaard in het onderzoek naar de moord op Litvinenko.


 Litvinenko, enkele dagen voor zijn dood.
Litvinenko, enkele dagen voor zijn dood. © AFP

De voormalige agent van de Russische inlichtingendienst FSB stierf drie weken nadat hij een kop thee met polonium erin had gedronken in de Pine Bar van het Millennium Hotel in Londen. Hij had daar een onderhoud met twee Russen, Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen, die ervan worden verdacht dat zij Litvinenko hebben vergiftigd. Litvinenko was jaren eerder naar Londen gevlucht, nadat hij het met de FSB aan de stok had gekregen wegens zijn kritiek op Poetin.

De Russische autoriteiten hebben steeds ontkend dat het radioactieve polonium waarmee Litvinenko werd vergiftigd uit Rusland afkomstig was, maar volgens Dombey staat het wel vast dat de uiterst giftige stof afkomstig was uit de Avangard-fabriek in Sarov. Sarov – dat in de Sovjetperiode Arazamas-16 heette – is een gesloten stad waar kernwapens worden geproduceerd. Volgens Dombey is de Avangard-fabriek de enige nucleaire installatie die in staat is voldoende hoeveelheden polonium te produceren. Litvinenko kreeg volgens hem een opvallend grote hoeveelheid van de stof toegediend.

Volgens onderzoekers duidt alles erop dat Loegovoj en Kovtoen Litvinenko hebben vergiftigd. In een theepot waaruit Litvinenko dronk werd een hoge concentratie straling teruggevonden. Op beelden van de bewakingscamera’s in het hotel is te zien hoe de twee Russen voor hun ontmoeting met Litvinenko naar het toilet gingen. Ook daar werden sporen van polonium ontdekt. Vermoed wordt dat de twee het gif daar klaarmaakten om aan Litvinenko’s drankje toe te voegen. Ook werd in de hotelkamer van Kovtoen een hoge concentratie aangetroffen.

Alfastraling


 De polonium levels in de hotelkamer van Litvinenko.
De polonium levels in de hotelkamer van Litvinenko. ©

Eerder hadden de twee al geprobeerd Litvinenko te vergiftigen in een kantoor aan Grosvenor Square. Daar morsten ze kennelijk wat polonium. Op het tafelkleed bleef een vlek met een enorm hoge straling achter.

Waarschijnlijk kozen de moordenaars voor polonium, omdat het uiterst giftig is, maar tegelijk heel moeilijk te ontdekken valt. Polonium geeft geen gammastraling af, maar alfastraling. Die valt niet te traceren met een Geigerteller. Maar het nadeel is dat de stof eigenlijk alleen verkrijgbaar is voor mensen die toegang hebben tot een gespecialiseerd nucleaire installatie. Bovendien laat polonium een radioactief spoor achter.

In dit geval leidde dat terug naar Moskou: in de vliegtuigen die Kovtoen en Loegovoj namen werden later ook sporen van polonium gevonden. Ondanks het sterke bewijsmateriaal tegen de twee weigert Rusland hen uit te leveren aan Groot-Brittannië. President Poetin verleende deze week zelfs een onderscheiding aan Loegovoj wegens zijn verdiensten voor het vaderland.

Geplaatst in Nieuws | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Weer bekentenis in Bende van Nijvel-zaak .

Bende van Nijvel  en de relatie met de zeer geheime Operatie Gladio

 

Buitenland – Nieuws
Gepubliceerd op woensdag 5 november 2014 18:37
bende van nijvelOpnieuw heeft een oude bekende verklaard hand-en-spandiensten te hebben verleend aan de Bende van Nijvel. Het gaat dit keer om de 62-jarige Joël L., een voormalige informant van Staatsveiligheid. Hij is naar justitie gestapt, en heeft verklaard dat de groep in de Amerikaanse luchtmachtbasis in Chièvres in het zuiden van België was gevestigd.L. zegt vluchtroutes voor de Bende van Nijvel te hebben verkend, in opdracht van een Belgische en Amerikaanse militair. ‘De routes die ik moest onderzoeken begonnen en eindigden bijna altijd op de luchtmachtbasis in Chièvres. Ik moest altijd de snelst mogelijke en voor de politie het lastigst te blokkeren routes zien te vinden’, zegt L. in de Belgische krant De Morgen.

Rijtijden oplijsten

‘Ik moest rijtijden oplijsten bij alle omstandigheden: zon, regen, duisternis… Voor elke route moesten alternatieven worden uitgetekend.’

L. zegt niet te hebben geweten dat hij routes voor de overvallen uitstippelde. Als op 27 september 1985 zowel de Delhaize in Eigenbrakel als in Overijse wordt overvallen, gaat er een belletje rinkelen. ‘De dag daarvoor heb ik de routes van Overijse en Eigenbrakel verkend. Ik was daar al mee bezig van in juni [sic]. Het was een van mijn grote opdrachten.’

Acht doden

Bij de overval in Overijse maakt de Bende 2,5 miljoen frank, 625.000 euro, buit. Maar meer dan de helft daarvan is waardeloos omdat het om afgestempelde cheques gaat, en de grote biljetten laten de daders liggen. De overvallen waren desalniettemin zeer gewelddadig: er vielen acht doden.

‘Het was een hele schok, die beelden op tv’, zegt L. over de overval. ‘Tot dan dacht ik altijd dat ik aan de goede kant stond.’

Vechten tegen de Russen

L. was in 1970 in Duitsland in legerdienst, waar hij onder bevel van majoor Jean Bougerol viel. Van Bougerol is bekend dat hij een geheim burgerleger leidde dat zich voorbereidde op een invasie van de Russen in West-Europa. Dat was destijds niet uniek: in heel Europa werden wapens en radiosystemen verstopt. Overigens ook in Nederland, waar sommige opslagplaatsen werden ontdekt door zware criminelen.

De Bende van Nijvel past volgens L. in die strategie, die door de Amerikanen zou zijn opgetuigd. De overvallen moesten de roep om een steviger, daadkrachtigere overheid versterken.

Toen een agent van de Staatsveiligheid L. vroeg om inlichtingen te verzamelen, zei hij ja. Later kreeg hij ook opdrachten van een Amerikaanse militair, om de routes te verkennen. Die zouden later dus zijn gebruikt door de Bende van Nijvel.

Extreem-rechtse groep

L. verklaarde eerder al eens over zijn werk tegenover onderzoeksjournalist René Haquin van de krant Le Soir. Volgens Haquin was er een verband met de burgerlegers en de extreem rechtse groepering Westland New Post. Onlangs verklaarde een voormalig lid van deze groep ook klussen voor de Bende van Nijvel te hebben gedaan, waaronder verkenningen.

In juni is L. drie dagen ondervraagd. Tijdens die ondervragingen werden er schoten gelost voor zijn woning in de Franse Pyreneeën. Het is niet duidelijk of er een verband is. Hij zegt zijn opdrachtgevers sinds september 1985 niet meer te hebben gesproken. Hij zegt niet eerder een verklaring te hebben afgelegd omdat hij niemand vertrouwde, ‘en zeker de politie niet’. Nu verklaart hij wel, omdat ‘het lang genoeg geduurd heeft’.

Geplaatst in Nieuws | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen